Wat kunnen grootouders doen als zij de kleinkinderen niet meer mogen zien, bijvoorbeeld na een scheiding van hun dochter of zoon? Kunnen zij ook een omgangsregeling krijgen?

Die kans is best groot. Er zijn twee hobbels die genomen moeten worden in een procedure waarin de grootouders vragen om een omgangsregeling. In de eerste plaats moet de rechtbank hen ontvankelijk verklaren in hun verzoek. Daarna moet de rechtbank nog beoordelen of er redenen zijn om het verzoek af te wijzen. Bij die beslissing staan de belangen van het kind centraal.

Ontvankelijkheid

De grootouders moeten aantonen dat er een nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen hen en het kind. Dat wordt ook wel omschreven als ‘een voldoende bestendige en betekenisvolle relatie’. Dat betekent dat de grootouders, naast het zijn van grootouders, bijzondere omstandigheden moeten stellen waaruit voortvloeit dat er tussen hen en de minderjarige een nauwe en persoonlijke betrekking bestaat of een band die kan worden aangemerkt als ‘family life’ in de zin van artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als de minderjarige met (één van) de ouders een tijdje bij de grootouders heeft gewoond. Maar dat is niet altijd voldoende, bijvoorbeeld als in die periode de grootouders niet of nauwelijks hebben bijgedragen aan de dagelijkse verzorging en opvoeding en ook niet de verantwoordelijkheid voor het kind hebben gedragen. Regelmatig oppassen en logeren kan voldoende zijn. Het moet wel meer hebben ingehouden dan gebruikelijke, in het dagelijks verkeer plaatsvindende contacten. Niet alle rechters oordelen hierover overigens even streng. Als het kleinkind nog erg jong is, kan de rechtbank ook kijken naar de betrokkenheid van de grootouders tijdens de zwangerschap.

Als de grootouders niet biologische grootouders, maar ‘sociale grootouders’ zijn, toetst de rechtbank de ontvankelijkheid strenger.

Als de grootouders enkel kunnen aantonen dat zij family life hadden met het oudste kind en niet met het jongere broertje of zusje, kan dat er toe leiden dat zij enkel ontvankelijk zijn in hun verzoek ten aanzien van de oudste, hoewel dat tot zeer ongelukkige situaties kan leiden.

Zwaarwegende belangen van het kind

Als de rechtbank de grootouders ontvankelijk heeft verklaard in hun verzoek, dient de rechtbank te beoordelen of er zich één van de in de wet genoemde ontzeggingsgronden voordoet. De rechtbank ontzegt de grootouders het recht op omgang slechts indien:

  • Omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
  • De grootouder(s) kennelijk ongeschikt of niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
  • Het kind dat twaalf jaren ouder is, bij zijn verhoor (een informeel gesprekje met de rechter) van ernstige bezwaren tegen omgang met de grootouder(s) heeft doen blijken, of
  • De omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

De mening van het kind

Kinderen van 12 jaar en ouder worden door de rechtbank gevraagd om hun mening. Zij kunnen hun mening schriftelijk doorgeven of een kort gesprekje hebben met de rechter, voorafgaand aan de zitting. Bij de zitting zelf zijn de kinderen niet aanwezig. Wel zal de rechter – als het kind daarvoor toestemming heeft gegeven – samenvatten wat het kind tijdens dat gesprekje heeft gezegd. Kinderen die nog geen 12 zijn kunnen bij wijze van uitzondering toch worden gehoord, als er redenen zijn om aan te nemen dat het kind oud genoeg is om zijn of haar eigen mening te vormen. Daar moet dan wel door één van de partijen om worden verzocht.  De rechtbank doet niet altijd wat het kind graag wil, maar weegt de mening van het kind wel mee.

De mening van het kind kan ook worden weergegeven door vertegenwoordigers of belangenbehartigers van het kind of in een adviesrapport van de Raad voor de Kinderbescherming. Een dergelijk rapport wordt op verzoek van de rechtbank geschreven. De raadsonderzoeker spreekt dan ook met het kind zelf.

Als in deze procedure de belangen van de ouders (met gezag) in strijd zijn met de belangen van het kind, kan de rechtbank beslissen een bijzonder curator te benoemen. Die heeft dan als taak de belangen van het kind te behartigen. De bijzonder curator kan ook een bemiddelende rol spelen.

In beginsel zal de rechtbank het in het belang van het kind achten dat deze contact heeft met beide ouders en met de familie van beide ouders, zelfs als het kind geen contact heeft met de ouder, wiens ouders om de omgangsregeling vragen. Dan kan anders zijn als er sprake is van een sterk loyaliteitsconflict, bijvoorbeeld doordat de grootouders zich veel hebben bemoeid met de scheiding van de ouders en zich negatief hebben uitgelaten over één van de ouders. Ook als de relatie tussen de grootouders en de ouder(s) zo moeizaam is, dat omgang tussen grootouders en kleinkind tussen hen niet bespreekbaar is, kan dat een reden zijn aan te nemen dat een omgangsregeling in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Omgangsregeling

Als er enige tijd geen contact is geweest, zal de rechtbank beslissen dat de omgang moet worden opgebouwd. Voor jonge kinderen geldt dat het beter is als de omgang frequent plaatsvindt, maar niet te lang duurt.

De rechtbank kan eisen stellen aan de invulling van de omgang. Dat kan inhouden dat de omgang bij de ouder(s) waar het kind woont thuis dient plaats te vinden of dat de grootouders de kinderen bij de omgang moeten halen en brengen naar de woning van de ouders.

Informatieregeling

Naast de omgangsregeling, of juist als er (nog) geen omgangsregeling wordt vastgesteld, kan de rechtbank op verzoek van de grootouders bepalen dat de ouder(s) hen moeten informeren over het kind. Dat kan betekenen dat de ouder(s) de grootouders een aantal keer per jaar moeten informeren over de schoolgang en de gezondheid, en dat zij een aantal foto’s van het kind moeten sturen.

Procedure

Juist omdat er vaak een advies van de Raad voor de Kinderbescherming nodig is, leent de kort geding procedure zich niet altijd goed voor het verkrijgen van een omgangsregeling.

De gewone verzoekschriftprocedure is de geëigende weg, maar neemt wel enkele maanden in beslag. Als de rechtbank het verzoek om vaststelling van een omgangsregeling afwijst, kunnen de grootouders na een jaar opnieuw een verzoek indienen. Voorafgaand aan de zitting en tijdens de zitting kunnen partijen door de rechtbank verwezen worden naar mediation, mits alle partijen bereid zijn om daar aan mee te werken.

Rechtsbijstand

Indien u zich tot ons kantoor wendt met de wens uw kleinkind weer te kunnen zien, zullen wij eerst de ouder(s) aanschrijven om te bezien of overleg mogelijk is. Wellicht kunnen er misverstanden of praktische bezwaren opgelost worden. Een gesprek tussen partijen in het bijzijn van hun advocaten kan daarvoor een geschikt middel zijn.

Als een procedure noodzakelijk blijkt te zijn, zullen wij in gedachten houden dat partijen in de toekomst verder moeten met elkaar. Daarom zullen wij altijd zoeken naar punten van overeenstemming en naar gedeelde belangen (de belangen van het kind). Indien echter de ouder(s) zonder geldige reden de grootouders de omgang blijven ontzeggen, achten wij het in het belang van het kind dat de rechtbank alsnog een omgangsregeling oplegt. Wij zullen u daarover graag adviseren. U kunt contact met ons opnemen voor een gratis oriënterend gesprek.